Als nabijheid verwarring wordt, over grensdynamiek in therapie

Gepubliceerd op 4 mei 2026 om 18:45

Grensoverschrijding in therapie kan verschillende vormen aannemen. Vaak denken we daarbij aan duidelijke, ernstige situaties die juridisch of ethisch te duiden zijn. Maar in de praktijk zijn grenzen niet altijd zo gemakkelijk te herkennen. Juist niet binnen een therapeutische relatie die aanvankelijk veilig en helpend voelt.

Een therapeutische relatie kent van nature een zekere ongelijkheid in rollen en verantwoordelijkheden. Cliënten komen met hun eigen verhaal, kwetsbaarheden en verwachtingen. Als behandelaars dragen wij de verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met het vertrouwen dat ons wordt gegeven.

Cliënten komen niet alleen voor klachtvermindering. Onder de hulpvraag ligt iets ouders: mag ik er zijn zoals ik ben? Ben ik niet te veel? Kan deze ander mij dragen, ook als ik afhankelijk, boos of intens word? De therapeut wordt drager van die verlangens, vaak zonder dat iemand dat expliciet benoemt. Dat maakt de relatie krachtig, maar ook kwetsbaar.

Omdat hechtingsdynamieken worden geactiveerd, is het voor cliënten moeilijk te herkennen wanneer iets niet klopt. Loyaliteit ontstaat. Twijfel voelt als ondankbaarheid. Kritiek uiten roept angst op om de relatie te verliezen. Wat voor ons misschien voelt als echte betrokkenheid of gewenste nabijheid, kan voor de cliënt onbedoeld een herhaling worden van oude patronen, afhankelijkheid, ontkenning, grensvervaging.

In sommige gevallen ontstaat er zelfs een herhalingsdynamiek die traumatisch van aard is. Nabijheid en spanning wisselen elkaar af. De relatie voelt tegelijk veilig en ontregelend, verbindend en verwarrend. Die afwisseling maakt het juist zo moeilijk om te onderscheiden wat helpend is en wat niet. Afstand nemen voelt dan gevaarlijk. Een grens benoemen voelt als verraad.

De verwarring zit niet altijd in een zichtbaar incident, maar juist in wat er binnen de relatie gebeurt. Ook wij als behandelaars brengen onze eigen gevoeligheden en patronen mee. Wanneer we vanuit tegenoverdracht reageren, bijvoorbeeld doordat we kritiek persoonlijk opvatten, ons afgewezen voelen of onbewust behoefte hebben aan bevestiging, kan de aandacht verschuiven van wat de cliënt nodig heeft naar wat er bij onszelf wordt geraakt. Als we ons daar onvoldoende bewust van zijn, kan de cliënt zich verantwoordelijk gaan voelen voor onze reacties. Juist daar kan schade ontstaan, binnen een relatie die bedoeld is om veiligheid te bieden.

Voor de cliënt kan dan de vraag ontstaan: ligt het aan mij? Mag ik dit voelen? Durf ik dit te benoemen zonder iets kwijt te raken?

Soms spreken we van iatrogene schade, schade die niet ondanks maar binnen de hulprelatie ontstaat. Dat vraagt om iets anders dan schuld toewijzen. Het vraagt om erkenning, en om de bereidheid om te kijken hoe het zo heeft kunnen groeien.

Herstel na grensoverschrijding vraagt daarom meer dan bespreken wat er is gebeurd. Het vraagt herstel van vertrouwen in de eigen waarneming, en in het recht om grenzen niet alleen te voelen, maar ook uit te spreken.

Voor ons als behandelaars betekent dit dat professionele verantwoordelijkheid verder gaat dan het naleven van formele regels. Het vraagt om voortdurende zelfreflectie op macht, positie en onze eigen kwetsbaarheden. Kunnen we het verlangen van cliënten verdragen zonder het te beantwoorden op een manier die onszelf bevestigt? Zijn we alert op onze eigen schema’s rond erkenning, nabijheid of waardering?

Dat zijn geen retorische vragen. Het zijn vragen die we als beroepsgroep vaker hardop mogen stellen.

Zorgvuldigheid begint daar, in het serieus nemen van hoe diep relationele dynamiek doorwerkt, en in de bereidheid om ook onze eigen rol daarin niet buiten beschouwing te laten.