Wat gebeurt er met ons als therapeut wanneer de relatie onder spanning komt?

Gepubliceerd op 13 april 2026 om 09:16

Wat dit werk met ons doet

In traumabehandeling praten we veel over de cliënt. Over het Window of Tolerance, impliciet geheugen, schema-activatie, regulatie en verwerking. Het zijn noodzakelijke kaders, en ze helpen ons begrijpen wat er in de kamer gebeurt.

Maar er is iets wat we minder vaak benoemen: wat er met óns gebeurt.

Complex trauma werkt relationeel. Dat betekent niet alleen dat de cliënt zijn oude werkelijkheid meebrengt naar de therapiekamer, het betekent ook dat ons eigen zenuwstelsel daarin meebeweegt. De therapeutische relatie is geen neutrale ruimte. Het is een veld waarin twee zenuwstelsels aanwezig zijn, en twee geschiedenissen.

Subtiele bewegingen

In mijn eigen werk zie ik hoe subtiel dat kan gaan. Een cliënt die zich terugtrekt kan twijfel in mij oproepen: doe ik te veel, of juist te weinig? Een cliënt die mij onbewust in een daderpositie plaatst kan iets activeren, de neiging om me te verdedigen, extra voorzichtig te worden, of juist steviger te begrenzen dan de situatie vraagt.

Dat zijn geen tekortkomingen. Het is inherent aan hoe relationeel werk functioneert.

Trauma activeert oude posities. Niet alleen bij de cliënt, maar in de ruimte zelf. De cliënt die zich beoordeeld voelt. De therapeut die zich verantwoordelijk gaat voelen voor herstel. De dynamiek waarin vermijding en druk elkaar kunnen afwisselen. Bij complex trauma kunnen projectieve identificatieprocessen bijzonder krachtig zijn: een cliënt kan ons ervaren als controlerend, afwijzend of juist reddend,  ook wanneer we zorgvuldig en bedachtzaam werken.

Dat vraagt geen zelfonderzoek in de zin van schuld. Het vraagt bewustzijn.

Wat het werk van ons vraagt

Intensief traumawerk doet een beroep op onze eigen regulatiecapaciteit. Het vraagt dat we spanning kunnen verdragen zonder die te willen wegnemen. Dat we schaamte en agressie kunnen ontvangen zonder terug te slaan. Dat we afhankelijkheid kunnen hanteren zonder te versmelten  en grenzen kunnen stellen zonder te verharden.

Exposure en EMDR brengen cliënten naar de meest beladen momenten in hun leven. Dat raakt niet alleen hen. Als therapeut zit je er middenin  je bent geen toeschouwer, maar een aanwezige getuige die zelf ook iets voelt.

Soms vraagt dit werk daarom iets wat we minder makkelijk benoemen: moed. De moed om aanwezig te blijven wanneer het zwaar wordt. Om door te gaan wanneer de neiging bestaat om af te remmen of te omzeilen.

De vraag die ik mezelf regelmatig stel is simpel, maar niet eenvoudig: Wat gebeurt er nu in mij? En stuur ik van daaruit mijn interventie aan?

Vicarieus trauma en secundaire traumatisering

Het is de moeite waard om hierbij ook twee verwante fenomenen te benoemen die in de literatuur goed gedocumenteerd zijn.

Vicarieus trauma verwijst naar de cumulatieve verandering in het wereldbeeld en de innerlijke beleving van de therapeut als gevolg van empathisch contact met traumatiserende inhoud. Het gaat niet om een incidentele reactie, maar om een geleidelijke verschuiving,  in hoe je naar mensen kijkt, naar veiligheid, naar vertrouwen.

Secundaire traumatisering ligt dichterbij een directe symptoomrespons: intrusieve beelden, vermijding, hyperalertheid — parallelle PTSS-achtige reacties als gevolg van blootstelling aan het traumaverhaal van een ander.

Beide zijn geen tekenen van incompetentie. Ze zijn een normaal risico van empathisch en intensief werken met trauma. Ze verdienen een plek in hoe we over dit vak praten , niet als disclaimer, maar als werkelijkheid.

Reflectie als professionele verantwoordelijkheid

Professionele zelfreflectie is geen uiting van onzekerheid. Het is een voorwaarde voor ethisch en zorgvuldig handelen.

Supervisie, intervisie, persoonlijke therapie, het zijn geen luxe voor wie twijfelt, maar structurele ondersteuning voor iedereen die dit werk doet. Niet als correctie, maar als onderhoud.

De vraag is niet of er iets in ons geraakt wordt. Dat zal altijd zo zijn. De vraag is of we bereid zijn dat te herkennen  en of we het een plek geven, in onszelf, en soms ook in het contact met de cliënt.

Welke bewegingen merk jij bij jezelf wanneer de therapeutische relatie onder druk komt te staan?