“Wat gebeurt er wanneer traumatische ervaringen niet in taal zijn opgeslagen?”
In traumabehandeling wordt vaak gewerkt met herinneringen en betekenisgeving. Toch zien we in de praktijk dat niet alle traumatische ervaringen in woorden zijn opgeslagen.
Veel trauma wordt vastgelegd in impliciet en procedureel geheugen. Niet als verhaal, maar als lichamelijke reactie. Spierspanning, bevriezing, versnelde ademhaling of plotselinge overactivatie kunnen signalen zijn van een zenuwstelsel dat ooit heeft moeten overleven.
Het lichaam reageert dan sneller dan het denken kan volgen.
Embodiment in therapie betekent dat we niet alleen luisteren naar wat iemand vertelt, maar ook naar wat het lichaam laat zien. Waar verandert de ademhaling? Wat gebeurt er in houding en spierspanning? Wanneer neemt contact toe of juist af? Door hier expliciet bij stil te staan en samen te onderzoeken wat er in het hier-en-nu gebeurt, ontstaat toegang tot lagen die cognitief nog niet beschikbaar zijn.
In de praktijk kan dit betekenen dat we vertragen, aandacht geven aan sensaties, werken met gronding, of beweging inzetten om spanning te reguleren voordat we het verhaal verder verdiepen. Zo wordt veiligheid niet alleen besproken, maar ook lichamelijk ervaren.
Juist bij complex trauma helpt deze benadering om regulatie op te bouwen, voordat het narratief volledig wordt uitgewerkt.
Bokspsychotherapie sluit hier naadloos bij aan. Door lichaamsgerichte interventies te integreren binnen een veilig therapeutisch kader, ontstaat een ervaringsgerichte aanvulling op richtlijnbehandelingen. Niet als vervanging van bestaande methodieken, maar als verdieping en verbreding ervan.
Deze lichaamsgerichte visie vormt ook de basis van de opleiding tot bokspsychotherapeut, die in april opnieuw start.
Wat gebeurt er wanneer traumatische ervaringen niet in taal zijn opgeslagen?
In traumabehandeling wordt vaak gewerkt met herinneringen en betekenisgeving. Toch zien we in de praktijk dat niet alle traumatische ervaringen in woorden beschikbaar zijn.
Veel trauma wordt vastgelegd in impliciet en procedureel geheugen. Niet als verhaal, maar als lichamelijke reactie. Spierspanning, bevriezing, versnelde ademhaling of plotselinge overactivatie kunnen signalen zijn van een zenuwstelsel dat ooit heeft moeten overleven.
Het lichaam reageert dan sneller dan het denken kan volgen.
Embodiment in therapie betekent dat we niet alleen luisteren naar wat iemand vertelt, maar ook naar wat het lichaam laat zien. Waar verandert de ademhaling? Wat gebeurt er in houding en spierspanning? Wanneer neemt contact toe of juist af? Door hier expliciet bij stil te staan en samen te onderzoeken wat er in het hier-en-nu gebeurt, ontstaat toegang tot lagen die cognitief nog niet beschikbaar zijn.
In de praktijk kan dit betekenen dat we vertragen, aandacht geven aan sensaties, werken met gronding of beweging inzetten om spanning te reguleren voordat het narratief verder wordt verdiept.
Bokspsychotherapie sluit hier naadloos bij aan. Door lichaamsgerichte interventies te integreren binnen een veilig therapeutisch kader, ontstaat een ervaringsgerichte aanvulling op richtlijnbehandelingen. Niet als vervanging van bestaande methodieken, maar als verdieping en verbreding ervan.
Deze benadering vormt zowel de basis van mijn werk met cliënten als van de opleiding tot bokspsychotherapeut, die in april opnieuw start.